We zitten midden in een transitie van het Nederlandse landbouwsysteem. Dat is een ingrijpend proces en vaak een stevige zoektocht. In deze serie spreken we met boeren die elk hun eigen weg zoeken of soms al hebben gevonden. We staan stil bij de mentale en emotionele kant. We bespreken allerlei technische en bedrijfsmatige vraagstukken en we willen weten of duurzaamheid ook loont. Vandaag Wout Lugtenburg, een erg bedrijvige akkerbouwer uit Geervliet die er experimenterend achter probeert te komen hoe hij zijn bedrijf verder kan verduurzamen.

Geschreven door Kaspar Buinink 

“Het zelf bepalen, dat maakt het leuk. Maar je moet het wel doen”

De familie Lugtenburg uit Geervliet.

Van alle boeren die ik in het kader van deze serie gesproken heb, was het gesprek met Wout Lugtenburg misschien wel het meest inspirerend. Onderweg terug naar Utrecht vroeg ik me hardop af wat er zo bijzonder was aan de manier hoe Wout kijkt naar de verduurzaming van zijn bedrijf. De conclusie? Daar ben ik nog steeds niet over uit. Misschien wel het feit dat hij van alles probeert, om overal zo het beste uit te kunnen halen. Sinds 1996 woont Wout samen met zijn vrouw Anneke op hun akkerbouwbedrijf Hof van Heden in Geervliet, Zuid-Holland. Hoewel hij zichzelf zonder twijfel als gangbare akkerbouwer omschrijft, is hij dagelijks bezig met het duurzamer en milieuvriendelijker maken van zijn bedrijf. Op de vraag op welke van de vele pilots waaraan hij meegewerkt heeft hij met de meeste voldoening terugkijkt hoeft hij niet lang na te denken. “Veldleeuwerik. Absoluut. Dat was zo’n mooi project, echt jammer dat het stopte.”

Wout staat dan ook bekend als één van de actiefste leden van de stichting Veldleeuwerik, die in 2020 noodgedwongen stopte vanwege een gebrek aan financiering. “Het mooie aan Veldleeuwerik was dat je zelf kon bedenken wat je wilde doen, welke richting je op wilde gaan. Zo kon je van elkaar leren,” verklaart Wout het vrije karakter van Veldleeuwerik. “Nu heb je veel certificaten, maar dan moet je van alles. En dat vind ik jammer. Ik hou er niet van om alleen maar regeltjes te moeten volgen.”

Om het goede gevoel ook na het stoppen van de stichting te kunnen voortzetten, is Wout nog altijd actief in een regionaal Praktijknetwerk. “We bezoeken elkaars bedrijven om kennis te delen en elkaar te inspireren,” waarmee het gedachtegoed van Veldleeuwerik dus nog altijd voortleeft.

Laat je inspireren, daar begint het allemaal mee

Het is een sentiment dat bij veel akkerbouwers leeft: het schoon genoeg hebben van de enorme hoeveelheid regels. Maar goed, misschien is dat ook wel nodig om een bepaalde mate van verduurzaming te bewerkstelligen. ”Dat zou kunnen. Maar ik heb dat niet nodig.” Wout houdt er meer van om de grenzen op te zoeken. Al doende leert men, nietwaar? “Ja, dat zit ook wel een beetje in me. Dan doe ik dit en dan doe ik weer dat.” Wat hem betreft zouden veel meer akkerbouwers er dan ook voor open mogen staan om zich te laten inspireren door visies, meningen of ervaringen van anderen. “Door gewoon maar wat te proberen zie je soms ook hoe leuk het kan zijn.”

Wout en Anneke met hun droogbloemen en pompoenen, die ze op de markt en aan huis verkopen.

Wout haalt zijn inspiratie onder andere uit de korte keten. Zo staat hij vanaf september iedere 14 dagen op een markt en verkoopt hij daar zijn op biologische wijze geteelde pompoenen en gangbaar-geteelde uien, aardappels en andere gewassen. “Die gesprekjes met klanten geven je echt eer van je werk. Dan dol ik een beetje, door te zeggen dat mijn pompoenen het lekkerste zijn. Hoe leuk is het dan dat ze later terugkomen en zeggen: ‘Je had gelijk, ze waren echt heerlijk!’”

Daarnaast was Wout ook onderdeel van de Proefschuur, waarbij streekproducten lokaal verhandeld werden. Maar hij benadrukt dat het verkopen van je producten op de korte keten echt niet de enige manier is om inspiratie op te doen. “Ga eens een keer op bezoek bij mensen uit een andere regio. De verschillen met bijvoorbeeld de Flevopolder zijn zo groot, daar heb ik echt veel van geleerd.” Hij beaamt wel dat daar misschien een verantwoordelijkheid ligt voor enthousiaste, vooruitstrevende boeren zoals hij zelf. “Misschien zijn wij wel degenen die zo’n bijeenkomst zouden moeten organiseren, ja.”

Het wordt ook wel een beetje in stand gehouden

Wout weet ook als geen ander dat het lastig kan zijn om het risico te durven nemen. “Ik doe het ook omdat ik zo ben. Ben je risicomijdend ingesteld, dan is het lastig uit je systeem te komen.” Hij vindt wel dat daar een rol ligt weggelegd voor bijvoorbeeld adviseurs. “Bij mij weten ze: als we op de grens zitten van wel of niet spuiten, dan kies ik ervoor om het niet te doen. Met mij gaan ze nu het eerlijke gesprek aan. Ze leggen me uit wat de risico’s zijn, en wat er kan gebeuren.” Als je al snel aangeeft dat je bereid bent uit voorzorg te spuiten, is het voor de adviseur ook makkelijk om geen risico te nemen. “Met als gevolg dat je spuit, terwijl het misschien helemaal niet nodig was.”

De houding van de adviseur, die al jaren op zijn bedrijf komt, verandert daar wel in. “Hij vindt het nu ook interessant om te volgen wat er gebeurt. Ik spuit niet, veel anderen wel. En dus komt hij hier tellen hoe veel ritnaalden er zitten, dat kan hij dan vergelijken met andere bedrijven.” Wout geniet daarvan, omdat hij weet dat hij zo bijdraagt aan kennisvergaring en indirect ook aan beter en eerlijker advies in de toekomst. “Ik vind dat echt super!”. Voor boeren die ook wat meer onafhankelijk advies willen heeft hij een duidelijke boodschap: “Sta sterk in je schoenen! Al hebben veel mensen, ook ik, daarvoor nog wel heel veel meer kennis nodig hoor. Dan durf je ook anders een gesprek met je omgeving in te gaan.”

Wout is niet iemand die een uitgebreid en gedetailleerd toekomstplan voor ogen heeft. “Haha nee, daar zeurt de bank ook wel eens over.” Hij is met zijn pompoenen overgegaan naar volledig biologische teelt, doet mee in strokenteeltpilots en is dus actief in de korte keten. “Wij zijn inmiddels een weg ingeslagen. Ik weet niet waar het uitkomt, maar ik durf en doe ook wel steeds meer.”

In de toekomst biologisch?

De komende jaren moeten we allemaal onze verantwoordelijkheid nemen. Consumenten moeten daad bij hun woord voegen en ook écht voor milieuvriendelijkere producten gaan kiezen. Boeren moeten eerlijkere prijzen krijgen voor hun producten, iets waar de supermarkten invloed op kunnen en moeten uitoefenen. Maar Wout benadrukt dat het ook tijd wordt dat akkerbouwers zelf hun bedrijf gaan verduurzamen. “Dat is nodig ja. We kunnen het niet alleen, daar hebben we hulp bij nodig. Maar je moet er wel voor openstaan. Dan zijn er opties genoeg.” En wat je dan precies doet op het gebied van verduurzaming, dat moet je vooral zelf weten. “Dat maakt het ook leuk. Maar je moet het wel doen.”

Wout sluit niet uit dat hij ooit volledig biologisch te werk zal gaan, maar zegt daar op dit moment nog niet genoeg vertrouwen voor te hebben. Met name het feit dat er veel meer personeel nodig is wanneer hij stopt met onkruidbestrijding houdt hem tegen. “Ik heb wel hoop gevestigd op technologische ontwikkelingen. Hoe mooi zou het zijn als ik hier straks robotjes heb, dan zou ik zo overstappen!”

Ben je benieuwd naar meer van dit soort verhalen? Houd onze site in de gaten voor meer artikelen in de inspiratieserie ‘Boeren-in-overgang’, over boeren die elk op hun eigen manier bezig zijn met het verduurzamen van hun bedrijf. Klik hier voor het eerste artikel in deze serie, met biologisch-dynamische akkerbouwer Pyt Sipma.