We zitten midden in een transitie van het Nederlandse landbouwsysteem. Met de verduurzaming van onze gehele samenleving zal ook de landbouw gaan veranderen. Dat is een ingrijpend proces en vaak een stevige zoektocht. In deze serie spreken we met een aantal boeren die elk hun eigen weg zoeken of soms al hebben gevonden. We staan stil bij de mentale en emotionele kant. We bespreken allerlei technische en bedrijfsmatige vraagstukken en we willen weten of duurzaamheid ook loont. Vandaag Pyt Sipma, inmiddels 14 jaar biologisch-dynamisch akkerbouwer in het Friese Engwierum.
Geschreven door Kaspar Buinink.

“Ik wil deze wereld niet met het schaamrood op de kaken verlaten”

 

“Dat is ook klimaatverandering, hè” is het eerste dat Pyt Sipma tegen me zegt, als ik op een druilerige, waterkoude ochtend in mei zijn erf op kom lopen. Het voorjaar van 2021 is koud, regenachtig en de natuur loopt achter op ‘normaal’. Hoewel we tegenwoordig niet eens meer van normaal weer mogen spreken, en die term hebben vervangen voor ‘gemiddeld’. “De gevolgen zijn direct merkbaar. Ik maak gebruik van wat de natuur mij biedt. Dit jaar is het koud en nat, en dus gaan mijn uien gewoon wat later de grond in. Je moet flexibel zijn en dat is wat ik doe” aldus de biologisch-dynamische akkerbouwer.

Pyt Sipma zwaait sinds 2005 de scepter op zijn familiebedrijf in Noord-Oost Friesland. Enkele jaren later besloot hij volledig biologisch-dynamisch (BD) te werk te gaan. Hij is gestopt met het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, maakt gebruik van rustgewassen en baseert zijn keuzes dus meer op wat de natuur te bieden heeft. “Eigenlijk zoals mijn opa het 90 jaar geleden ook deed. Maar dan met de kennis van nu. Het feit dat mijn opa’s bedrijf zelfvoorzienend was maakte het zo mooi. En precies dat hebben we overboord gegooid onder het mom van efficiëntie. Ik heb gezegd: fuck die efficiëntie! Ik wil gewoon weer een mooi bedrijf hebben.”

De overstap van een gangbaar naar een biologisch-dynamisch bedrijf heeft heel wat voeten in aarde gehad. “Natuurlijk maakte ik mij zorgen om mijn inkomsten. Er is een stukje garantie dat wegvalt”, aldus Pyt. Door een instabielere oogst en een ontzettend krappe afzetmarkt van biologische producten, is het inkomen van een biologisch-dynamische akkerbouwer een stuk minder vanzelfsprekend dan van zijn gangbare collega’s. Pyt deelt de zorgen en twijfels van gangbare boeren over of het wel rendabel is om over te stappen. “Er moet gewoon een stabielere en grotere markt komen; de consument moet zich bewust worden van het belang van biologische producten. Dan heb ik gegarandeerd een inkomen, kan ik meer investeren en weet ik zeker dat ik zo 20 boeren meekrijg.”

Maar zover is het in Nederland nog lang niet. Consumenten willen niet te veel uitgeven en bovendien hebben ze, of eigenlijk moeten we zeggen ‘wij’, onverklaarbare wensen aan producten. Deze wensen zijn ontstaan uit gewoonte, uit gemakzucht, of vaak zelfs uit onwetendheid. De gemiddelde inkoper of afnemer heeft geen behoefte aan een pootaardappel die een beetje groen gekleurd is. “Terwijl dat juist kwaliteit van mijn product laat zien!”, meent Pyt. Door het schoffelen van het land komen aardappels soms deels in het zonlicht te liggen en kleuren ze groen. “Een groene aardappel, is dus een gifvrije aardappel. En een gifvrije aardappel is beter voor het milieu, is duurzamer een gezonder voor jou”. Het is dus eigenlijk een verhaal van beeldvorming, van bewustwording bij de consument. “Waarom moet een peen recht zijn? En waarom mag daar geen gaatje zitten in de kop, die je er toch vanaf snijdt? Dat is een kwestie van gewenning, daar moet iets in veranderen”.

Toch vindt Pyt het te makkelijk om de verantwoordelijkheid van verduurzaming van het landbouwsysteem volledig bij de consument neer te leggen. Boeren zijn volgens hem onderdeel van het probleem en dus ook onderdeel van de oplossing. De consument kan boeren helpen door meer milieubewuste keuzes te maken. De boer kan op zijn beurt weer een belangrijke rol spelen in de educatie van de consument. “Het begint al op school. Daar kan je je kinderen leren hoe voedsel groeit en wat daarvoor nodig is.” Maar ook op latere leeftijd kan educatie een belangrijke rol spelen. “Laat de mensen in de Randstad maar zien hoe het wel kan.” Een samenspel tussen consument en boer is dus cruciaal en een breder uitgedragen boodschap vanuit de landbouwsector over hoe het duurzamer kan helpt daarbij.

Pyt erkent dat de overstap naar een biologisch-dynamische bedrijfsvoering niet eenvoudig is. “Ik heb het maar gewoon gedaan. Stoppen met spuiten van gif en maar zien wat er gebeurde.” Maar ook voor iets minder avontuurlijke, risico-nemende boeren is de overstap in zijn ogen haalbaar. “Eigenlijk moet je gewoon dichter bij de natuur gaan staan. Kijk wat er gebeurt en leer daarvan.” En het is dan misschien nodig om bepaalde aanpassingen te maken om je bedrijf overeind te houden. “Wij hebben bijvoorbeeld een heel andere teeltfrequentie en kiemen onze aardappelen voor. Daar moet je dan wel voor open staan”. Het is volgens Pyt ook een kwestie van input en output. Je hebt als BD’er een minder grote oogst, maar je hoeft ook minder geld te investeren in kunstmest en bestrijdingsmiddelen. “Ook al is het misschien eng, het is niet altijd het beste om de grootst mogelijke opbrengst na te streven”.

Een sterkere financiële positie is dus cruciaal om meer akkerbouwers de overstap naar biologisch-dynamisch te laten maken. Het halen van inkomsten uit nevenactiviteiten, zoals het runnen van een boerderijwinkel of het vermarkten van ecosysteemdiensten zoals een rijkbodemleven, biodiversiteit en koolstofopslag kunnen volgens Pyt bijdragen aan deze financiële stabiliteit. Maar bovenal zal het helpen als boeren meer ‘het eerlijke verhaal’ horen. “Ik heb ook jarenlang gehoord dat ik écht niet zonder kunstmest kan en dat chemische bestrijding écht noodzakelijk is.” Het feit dat vele boeren vast zitten in een systeem van hoge input en hoge output is lastig te doorbreken. En daar komt bij dat er te veel belangen zijn om het huidige systeem in stand te houden. “De meeste boeren weten wel dat het kan, maar ze moeten daarbij geholpen worden. Het steekt gigantisch aan als je ziet dat het anders kan.” Volgens Pyt kan het wel helpen als de beeldvorming van gangbare boeren verandert. Hij vindt het hinderlijk dat er vanuit de samenleving neerbuigend wordt gekeken naar gangbare boeren. “Maar ook vanuit vernieuwende, biologische boeren hoor.” zegt hij daarover. “Dat moet veranderen. Elke boer is een goede boer, dat moeten we niet vergeten. Een gangbare boer heeft alleen een ander doel voor ogen dan ik. En eerlijk is eerlijk, hij doet wat de samenleving van hem vraagt: veel en goedkoop voedsel produceren. Hij is dus een goede boer, maar één die andere keuzes maakt dan ik. En het is aan ons om hem te laten zien dat er ook andere keuzes mogelijk zijn.”

Voor het overbrengen van die boodschap wil Pyt zich nog jaren blijven inzetten. Hij gaat naar eigen zeggen door tot het bittere einde, omdat het nu eenmaal keihard nodig is. Hij kijkt met tevredenheid terug op de afgelopen veertien jaar en vindt dat hij heeft laten zien dat je je als biologisch-dynamische akkerbouwer prima staande kunt houden in een wereld die gereguleerd wordt door ‘chemie en gif’. “Ik wissel goede jaren af met mindere jaren.” Op de vraag of hij meer had kunnen verdienen als hij als gangbare boer was blijven werken is hij duidelijk: “Ja, zeker. Maar uiteindelijk kan ik er prima van leven.” De meeste voldoening haalt Pyt uit het feit dat hij eraan bijdraagt dat anderen van inzicht veranderen. “Mijn landbouwconsulent zei veertien jaar geleden tegen mij: ‘Pyt, je moet dit niet doen, dit gaat hier niet.’ Dat diezelfde consulent nu erkent dat het wel kan, dat maakt me trots.” Al met al is Pyt blij dat hij zaken heeft aangepakt zoals hij ze heeft aangepakt en dat hij zichzelf een levensstijl heeft aangeleerd die beter in balans is met de aarde. “Ik ben blij dat ik deze wereld daardoor niet met het schaamrood op mijn kaken hoef te verlaten”.